Wat is gebeurd bij eerdere restauraties?

De Eusebius is na de wederopbouw meerdere malen gerestaureerd. Nu pas is echter duidelijk geworden met welke structurele problemen we te maken hebben.

De problemen met het natuursteen zijn niet van vandaag of gisteren; al in 1973 kwam een onderdeel (ribsegment) van het gewelf in de kerk naar beneden. Vanaf het midden van de jaren zeventig stond er een hekwerk rond de toren om omstanders te beschermen voor eventueel vallende stenen.

Alpinisten onderzochten voorafgaand aan de restauratie van 1991-1994 de buitenkant van de kerk.

Alpinisten onderzochten voorafgaand aan de restauratie van 1991-1994 de buitenkant van de kerk.

In 1988 werd – onder andere door alpinisten – een onderzoek gedaan naar de staat van de kerk, ter voorbereiding van de restauratie van 1991 tot 1994. Toen zijn met name pinakels en balustrades van Ettringer Tufsteen vervangen door een andere steensoort (Peperino Duro uit Italië).
Bij deze restauratie – die alles bij elkaar 17 miljoen gulden kostte (circa 8 miljoen euro) – werden ook de panoramalift en het uitzichtpunt (Belvedère) gebouwd.

Hoe omvangrijk deze restauratie ook was, niet alle problemen met het natuursteen werden gesignaleerd. De achterliggende oorzaak van het probleem van de kerk bleef onopgelost. Onderdelen van de kerk die toen met succes werden vervangen, verkeren nu weer in de gevarenzone, omdat het materiaal waarop ze rusten ook problemen krijgt met scheurvorming.

Grondig onderzoek
In 2005 en 2007 kwamen opnieuw kleine brokstukken van de kerk (toren) naar beneden. Na een provisorische afzetting is in 2009 besloten een steiger om de gehele toren te plaatsen die enerzijds tot doel heeft eventueel vallende onderdelen op te vangen en anderzijds de kans bood voor een grondig onderzoek van het hele gebouw.

Met een speciale boor zijn monsters genomen van de toren die de structuur duidelijk maken. Een kern van baksteen (rechts) bekleed met een natuurstenen huid (links), bijeengehouden door een laag specie (midden)

Mede dankzij de steiger was het mogelijk op veel uitgebreidere schaal onderzoek te doen naar de technische problemen. Daarbij heeft TNO uit Delft onder andere monsters uitgeboord dwars door alle lagen van de toren heen, en is de staat van het natuursteen onderzocht met infrarood-fotografie en andere technieken.
Deze onderzoeken gaven beter inzicht in de aard van het probleem, maar boden geen oplossing hoe deze schade verder kan worden voorkomen. Pogingen om het tufsteen bijvoorbeeld te injecteren met een kunsthars om het intern te verstevigen, zijn mislukt.

Volgende vraag:
Hoe ernstig is de situatie nu eigenlijk?