1450-1570 | Bouw van de huidige kerk

Een klus van ruim een eeuw

De bouw van de Eusebiuskerk zoals we die nu in grote lijnen kennen begon in 1452, meer dan vijf eeuwen geleden. In plaats van de bestaande St. Maartenskerk uit te breiden, werd ervoor gekozen een geheel nieuwe en veel grotere kerk te bouwen. Dat had waarschijnlijk ook een praktische reden, omdat zo de diensten in de oude kerk gewoon door konden gaan.

De stad Arnhem was destijds welvarend genoeg om de kosten van de bouw te kunnen dragen.  De gemeente schonk al snel ‘tweehonderd Rhijnse guldens’ en de burgemeester en schepenen (wethouders) stonden persoonlijk een deel van hun bezoldiging af. Dankzij de komst van de relieken van St. Eusebius kwamen er langs alle kanten giften binnen.

Eusebius - Voltooide kerk rond 1633

Het meest betrouwbare beeld van de voltooide kerk rond 1633 staat op een schilderij van Herman Breckelmans. De kerk staat in brand als gevolg van een blikseminslag.

Het werk verliep aanvankelijk ook spoedig. Maar na een kleine 25 jaar ontbrak het geld om door te gaan. Het schip was toen grotendeels klaar, maar de bouw van de toren werd stilgelegd na de voltooien van de onderste twee geledingen in 1477. Vijftig jaar later, in 1526, pakte men het werk weer op en werden de transepten aangebouwd. Delen van de fundamenten van de ‘oude’ kerk konden worden gebruikt voor de bouw van de kooromgang. Rond 1550 kreeg de toren een nieuwe spits met een kleine lantaarn. Met de bouw van het hoogkoor tussen 1560 en ca. 1570 kon het project eindelijk worden afgerond.

Lees ook:
‘Een heilige als publiekstrekker’ over het belang van de relieken van Eusebius
en:
‘Middenin de samenleving’ over de maatschappelijke betekenis van kerken in de Middeleeuwen

Circa 1400, bouw van een nieuwe kerk

Ca 1400

Opgegraven fundamenten suggereren, dat in deze tijd een geheel nieuwe driebeukige kerk is gebouwd, half tegen en over de oude romaanse kerk heen. Tijdens de bouw werd er waarschijnlijk verder gekerkt in de oude kerk. Na voltooiing van de nieuwe kerk werd de oude afgebroken. De nieuwe kerk moet een gotisch voorkomen hebben gehad, gezien de fundamenten.

1452-1478, toren en zijkapellen

1452-1478

De constructie van de laatgotische kerk begint met de bouw van de toren. Vanaf de toren wordt in oostelijke richting verder gebouwd, tot aan de bestaande kerk uit circa 1400. Aan weerszijden van de toren en bij de zuidelijke zijingang bevinden zich kapellen.

1520-1530, bouw transept

1520 – 1530

Door de bouw van een transept dwars op de lengterichting van de kerk, krijgt de plattegrond een kruisvorm.

 1530 – 1570, kooromgang en sacristie

1530 – 1560

De kerk krijgt in het oosten een hoefijzervormige kooromgang, plus een sacristie aan de zuidzijde, waar de priestergewaden en ander liturgisch toebehoor worden bewaard. Met de voltooiing van het hoogkoor met kooromgang is de nieuwe kerk gereed.