Carillon

Geschiedenis van het Carillon
De beiaard in de Eusebiustoren geldt als een uniek instrument voor Holllandse begrippen en wordt ook wel een grand carillon genoemd. Die titel slaat op de extra klokken in het basregister, iets wat in de VS vaker voorkomt, maar voor Nederland echt uniek is. Bij de grote restauratie in 1994 werd het carillon uitgebreid met vier basklokken die op het (pedaal)klavier zijn aangesloten als g, a, b en cis (c en bes waren reeds aanwezig).

Deze zijn gegoten door Petit & Fritsen, destijds klokkengieters te Aarle-Rixtel (tegenwoordig opgegaan in Koninklijke Eijsbouts te Asten). De zwaarste van deze vier heeft een diameter van 2465 mm en weegt maar liefst 9100 kg.

ZKH Prins Charles heeft ter gelegenheid van de restauratie van de Arnhemse beiaard in Engeland geld bijeengebracht om deze zware klok (een klinkende e-0) te bekostigen.

De opschriften van drie van de nieuwe klokken zijn teksten die verband houden met de 50ste herdenking van de Slag om Arnhem:

“Voor mensen is het goed te denken als een sterveling”

 

“A bridge too far, but never in vain”


“The best way to suppose what may come, is to remember what is past 1944-1994”

Met de restauratie in 1994 is de beiaard ook verplaatst, mede vanwege de liftschacht waarvoor ruimte gecreëerd moest worden. De beiaard hangt sindsdien drie meter hoger dan voorheen en geeft de basklokken een goede uitstraling. De beiaard klinkt sterker en direkter op het marktplein in vergelijking met de situatie van vóór 1994.


Aan de noord- en zuidzijde klinkt de beiaard evenwichtig, maar aan de oostzijde komt de klank van het carillon minder goed tot z’n recht, wel jammer, nu de markt verplaatst wordt naar die zijde, de plek vóór het provinciehuis.
Daarentegen krijgt het plein een culturele impuls met de bouw van het nieuwe Focus Film-theater, een interessante ontwikkeling die tevens voor de Arnhemse beiaard, behorend tot het nationaal cultureel erfgoed, gunstig kan uitpakken.

 

Stadsbeiaardier Joke Brandsma

20161112_132728

stadsbeiaardier Joke Brandsma

Sinds 1 oktober wordt het carillon van de Eusebiuskerk/toren bespeeld door Joke Brandsma. Zij volgt Roy Kroezen op die onlangs naar de VS is geëmigreerd.

Joke Brandsma, een geboren Friezin, is opgegroeid in de stad Groningen, maar mag zo langzamerhand, na ruim 30 jaar verblijf in de Gelderse hoofdstad, met recht een ‘Arnhems meisje’ genoemd worden.

Joke beoefent het vak van beiaardier uit sinds 1990, beginnend als freelancer op tal van plaatsen in de achterhoek: Zuthen, Lochem, Doetinchem, Doesburg… Onlangs vierde zij haar 25-jarig jubileum als stadsbeiaardier van Enschede, waar zij sinds 1991 de beiaard bespeelt van de Oude kerkstoren aan de Oude markt.

Na orgel te hebben gestudeerd te Leeuwarden en Arnhem, vervolgde zij haar muzikale opleiding aan de Beiaardschool te Amersfoort, onderdeel van de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht. Daar studeerde zij tezelfder tijd ook koordirektie en kerkmuziek. Naast haar werk als beiaardier is zij werkzaam als kerkmusicus in Arnhem en Rozendaal, en heeft zij een kamerkoor in Velp. Daarnaast schrijft zij muziek voor haar kerkmuzikale praktijk.

Het carillon, ook wel de ‘beiaard’ genoemd, wordt elke zaterdag bespeeld: in de wintertijd (1 november t/m 31 maart) van 11.30-12.30 uur, in de zomertijd van 10.30-11.30 uur (1 april t/m 31 oktober).

Het repertoire omvat van alles… van Bach tot de Beatles, van volksliedjes en evergreens tot de Royal fireworks van Händel, van het Ave Maria van Gounod tot de Turkse mars van Mozart om maar wat te noemen. In veel gevallen gaat het om gearrangeerde muziek, want het originele repertoire, specifiek voor beiaard geschreven, is beperkt. De klokken lenen zich ook uitstekend om – al dan niet vrij – op te improviseren: de snelle opeenvolging van klanken is als het ruisen van de fontein even verderop het plein…

Uniek voor Nederland is dat je als beiaardier met de lift naar boven kunt! Dat is een prettige bijkomstigheid als je bedenkt dat het bespelen van de beiaard een behoorlijke fysieke inspanning vergt, en zeker het Arnhemse ‘grand carillon’.
Na gespeeld te hebben is het verrassend om in de lift mensen te ontmoeten die je hebben horen spelen en die reageren op je spel. Dat is voor een beiaardier niet zo vanzelfsprekend omdat je in principe voor een anoniem publiek speelt en al helemaal geen applaus krijgt. Het is daarom zeer bijzonder om beiaardier te zijn in de stad waar je woont, waar de mensen je kennen en je mede daardoor die natuurlijke anonimiteit kunt doorbreken.