‘Een heilige als publiekstrekker’

Of: waarom Eusebius het won van Martinus

In 1452 werd begonnen met de bouw van de nieuwe, laatgotische kerk in Arnhem. Aanvankelijk hadden de bestuurders het idee om ook de nieuwe kerk naar de heilige Martinus van Tours te noemen. Martinus was al eeuwen de stadsheilige van Arnhem. Maar in 1453 kreeg de Arnhemse parochie van het klooster in Prüm in Duitsland de relieken van de heilige Eusebius. Het waren botten en andere overblijfselen van de heilige zelf, en van zijn trouwe metgezellen.

Herinnering aan een heilige
Wij nuchtere, 21ste eeuwse Hollanders kunnen ons nauwelijks meer voorstellen, hoe belangrijk dergelijke relieken destijds waren. Relieken of relikwieën zijn herinneringsstukken aan een heilige. Zij herinneren aan iemand die zich erg heeft ingezet voor zijn medemens, voor het geloof en voor de kerk. Zulke bijzondere mensen worden door vrijwel alle gelovigen vereerd en bewonderd, vooral in de katholieke traditie. Soms bestaan relieken uit stukken van het lichaam van de heilige, zoals beenderen of haren. Soms zijn het voorwerpen die met de heilige in contact zijn geweest, zoals kledingstukken of sandalen. Veel katholieke kerken zijn genoemd naar een heilige waarvan zich relieken in de kerk bevinden. Vaak zijn die relieken opgeborgen in het altaar.

Zijn tong werd uitgerukt
Van Eusebius zijn tegenwoordig nog slechts een stuk van zijn schedel en zijn tong bewaard gebleven. Eusebius’ tong werd, volgens de legende, tijdens christenvervolgingen uitgerukt door zijn Romeinse beulen. Ondanks deze marteling bleef de heilige met heldere stem vertellen over Jezus Christus. Totdat zijn vervolgers een definitief einde maakten aan zijn leven.

De reliekhouder van St. Eusebius

De reliekhouder van St. Eusebius

Eusebius is bijzonder voor Arnhem. Van veel heiligen zijn de relieken over de hele wereld verspreid geraakt. Iedere parochie wilde immers een aandenken aan zo’n bijzondere man of vrouw in zijn kerk hebben. Vaak werden de overblijfselen in vele kleine stukjes verdeeld, en gedeeld met kerken elders. Geen enkele andere stad ter wereld heeft echter relieken van Sint Eusebius. Eusebius is helemaal van Arnhem, een tamelijk unieke situatie in de kerkelijke geschiedenis. Het fraaie 15e eeuwse reliekenkistje met de overblijfselen van de heilige bevinden zich tegenwoordig in de schatkamer van de Walburgiskerk in Arnhem.

 Grote aantrekkingskracht
Relieken hadden in de Middeleeuwen een grote aantrekkingskracht op de gelovigen. Soms kwamen ze van heinde en verre om de bijzondere voorwerpen te zien en soms aan te raken. Bij die gelegenheid richtten ze hun gebeden tot de heilige, om hulp te vragen bij het verlichten van allerhande problemen en zorgen. Soms gebeurden er daarna wonderen, bijvoorbeeld onverwachte genezingen. Als een heilige voor veel wonderen zorgde, dan trok dat snel grote stromen pelgrims aan. Zij hoopten ook op genezing en bijstand. Al die pelgrims brachten veel geld in het laatje. Ze bleven in de stad overnachten, dronken en aten in de plaatselijke herbergen, en kochten souvenirs voor thuis.
Arnhem hoopte met Eusebius een unieke moneymaker in huis te hebben gehaald. Een wonder zit immers in een klein hoekje, en een wonder gaat als een lopend vuurtje door Europa. Spoedig zou iedereen zich verdringen rondom onze Sint Eusebius. Laat maar komen, die pelgrims, dachten de Arnhemse bestuurders, handenwrijvend. Nu was er des te meer reden om een waarlijk mooie en bijzondere kerk te bouwen, passend bij het belang van Eusebius’ relieken. De kerkbouw kreeg door de schenking uit Prüm een extra impuls.

Gered en verborgen
Uiteindelijk viel het een beetje tegen, met de heilige Eusebius. In de Middeleeuwen hoorden pelgrimstochten naar de relieken van heiligen nog tot de volkscultuur. Kort na voltooiing van de Eusebiuskerk in de zestiende eeuw, was die beweging eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen. Bovendien moest het protestantisme niets van heiligen hebben. Luttele decennia na het gereedkomen werd de oorspronkelijk katholieke Eusebiuskerk overgenomen door de Arnhemse protestanten. Die verboden rigoureus elke vorm van heiligenverering. Relieken werden in beslag genomen en vernietigd. Slechts een klein deel van Eusebius’ relieken kon uiteindelijk door katholieken worden gered en verborgen.

Renaissance komt op
En eerlijk gezegd: de Gotiek was in de zestiende eeuw ook niet meer de hippe bouwstijl van weleer. Toen de Arnhemmers in 1452 met het bouwen van hun gotische kerk begonnen, was de Renaissance feitelijk al aangebroken. Overal in Europa, vooral in Italië, lieten architecten zich inspireren door de klassieke bouwkunst van Griekenland en Rome. Gotiek was uit. De naam ‘Gotiek’ is eigenlijk een scheldnaam, bedacht in de Renaissance: de bouwkunst van de barbaarse Goten, een primitieve Germaanse stam uit de Oudheid. In 1505, toen er nog ijverig aan de Eusebiuskerk werd gebouwd,  begonnen wereldberoemde architecten in Rome aan de Sint Pieter. De Sint Pieter heeft niets gotisch meer, maar hoort volledig bij de Renaissance en de latere Barok.

Martin Pieterse