‘Groter, hoger, mooier’

Of: waarom de Eusebiuskerk er staat zoals ze er staat

Net als elke andere kerk in de wereld is de Grote of Eusebiuskerk in Arnhem een ‘zij’. ‘Kerk’ is een vrouwelijk woord, dat associaties oproept met gracieuze schoonheid en verfijnde sier. Verfijnd en sierlijk kan een kerk zeker zijn, ook de Eusebius. Maar de meeste kerkbouwers waren mannen. Als stoere kerels dachten ze vooral aan groter, hoger en mooier. Mooier dan de kerken in de nabijgelegen steden, in ieder geval. De Arnhemse kerkbouwers wilden vooral een kerk die indrukwekkender was dan de concurrentie in steden als Zutphen en Nijmegen.

Groot en machtig
Er stond in Arnhem sinds de negende eeuw een romaanse kerk, genoemd naar de heilige Martinus. Deze Martinuskerk bevond zich ongeveer op de plek waar nu de Eusebiuskerk staat, letterlijk in het hart van de middeleeuwse stad. Van de vroege romaanse kerk zijn na de oorlog muurresten opgegraven. Martinus van Tours, die volgens de legende zijn mantel deelde met een bedelaar, was in de Middeleeuwen een geliefde heilige. Martinus was quasi de ‘huisheilige’ van de Franken, de volksstam die in het vroegmiddeleeuwse bisdom Utrecht de dienst uitmaakte. De kerk in Arnhem viel bestuurlijk onder het bisdom Utrecht.
De oude Martinuskerk was best een aardig kerkje voor een destijds bescheiden stad als Arnhem. Maar in de vijftiende eeuw lieten de Arnhemse bestuurders alle bescheidenheid varen. Arnhem moest groot en machtig worden. Een klein en saai romaans Martinuskerkje paste niet meer in hun grootse plannen.

Hippe bouwmode
Het Romaans was al duizend jaar de stijl waarin kerken werden gebouwd. Het Romaans in de Middeleeuwen ging terug op de bouwwijze van het antieke Rome. In de dertiende eeuw werd de Gotiek echter de hippe bouwmode van het moment. Al snel wilde iedereen een kerk in die stijl. Vooral omdat de Gotiek bij uitstek de bouwstijl was van groter, hoger en mooier. Gotische bogen en stenen gewelven waren spitser, hoger en eleganter dan de stenen gewelven in een romaanse kerk. In de gotische stijl werd het enorme gewicht van de gewelven niet opgevangen door dikke en zware muren, zoals in de romaanse architectuur. De last werd in de Gotiek via luchtbogen en steunberen buiten het interieur van de kerk opgevangen. Geen dikke muren met kleine raampjes zoals in het romaanse bouwen, maar smalle muurstroken met heel veel plaats voor grote, dikwijls gebrandschilderde ramen. Dat zorgde in een gotische kerk voor een zee van licht, en voor een open, schijnbaar gewichtloze, spirituele ruimte.

Skyline
De Arnhemse kerk- en stadsbestuurders wilden ook zo’n kerk. Arnhem had al een beetje aan de Gotiek kunnen snuffelen. In de eerste plaats omdat sinds de veertiende eeuw de vroeg-gotische Walburgiskerk de skyline van de stad domineerde. Uit opgravingen blijkt bovendien, dat de oude Sint Maartenskerk eind dertiende eeuw al een bescheiden gotische zijkapel kreeg. En opgravingen na de oorlog doen vermoeden, dat de romaanse Maartenskerk rond 1400 werd vervangen door een tweemaal grotere kerk met een merkbaar gotische plattegrond.
De eerste kennismaking smaakte naar meer: naar een echt indrukwekkende, compleet laatgotische parochiekerk, midden in de stad, met alle modieuze details die daarbij hoorden. En met een hoge toren, dat sprak vanzelf. In 1452 begonnen de Arnhemmers eraan. Zoals het geval was met wel meer kerken in die tijd, ging de bouw met horten en stoten. Door allerlei, deels financiële problemen kwam de kerk pas rond 1570 gereed, ruim een eeuw na het begin van de bouw. Maar toen hadden de Arnhemse kerk- en stadsbestuurders ook wat: een indrukwekkende kerk die groter, hoger en mooier was dan welke kerk ook, in de wijde omtrek.

Martin Pieterse