‘Hadden we maar geweten…’

Of: waarom we opgescheept zitten met andermans keuzes

In 1961 werd de restauratie van het kerkgebouw voltooid. De herbouw van de toren was pas drie jaar later klaar. Maar wat een min of meer definitief herstel van de kerk had moeten zijn, werd het begin van een hele reeks onvoorziene reparaties. Met name de uitstekende delen van tufsteen begonnen onverwacht snel te brokkelen en los te laten. Juist de rijke ornamenten, waar de wederopbouwarchitecten zo trots op waren geweest, zorgden regelmatig voor hoofdbrekens.

Met de kennis van nu..
Experts van nu wijzen op de technische fouten die de herbouwers na de oorlog hebben gemaakt. Maar diezelfde experts geven ook toe, dat de architecten van toen niet konden weten, wat wij nu weten. Ze hebben hun werk gedaan op de manier die zij goed achtten. Met alle gevolgen van dien, dat wel.
Bouwgeschiedenis is ook en vooral: opgescheept zitten met de keuzes die je voorgangers hebben gemaakt. Wij zitten onherroepelijk opgescheept met de constructieve-  en materiaalkeuzes van de wederopbouwarchitecten na 1945.
Maar we dragen evengoed de last van de oorspronkelijke keuze van de bestuurders in de vijftiende eeuw. Zij kozen ervoor om de redelijk stabiele, romaanse Martinuskerk te vervangen door een schitterend maar gewaagd bouwsel, wat een gotische kerk altijd is.
Dat is de ‘moeder van alle beslissingen’, die de Arnhemmers al 450 jaar parten speelt. Hoe zou deze plek aan de Markt in Arnhem eruit hebben gezien, als de Arnhemse burgers genoegen hadden genomen met de romaanse kerk die er destijds stond? We kunnen het ons niet goed voorstellen. We moeten voortbouwen op de beslissingen van gisteren en eergisteren. Met frisse tegenzin, als het moet.

Wat is oud en wat is origineel?
En dan rest nog de vraag: wat is echt en origineel, en wat is een latere toevoeging? Als een gebouw brokkelig wordt en voor veel geld moet worden hersteld, dan wordt die vraag dikwijls dwingend gesteld. Want echt oud en origineel, dat weet ieder kind: daar moet je respect voor hebben. Dat moet je koste wat het kost repareren en behouden. Maar recente toevoegingen of nagemaakte oude details verdienen minder respect, zo vinden velen. Nieuwtijdse namaak kun je weer net zo gemakkelijk afbreken als een gammel fietsschuurtje. Toch?
Het is misschien goed om te bedenken, dat de Dom van Keulen sinds de Middeleeuwen onvoltooid in de Keulse binnenstad heeft gestaan. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd de Dom afgebouwd, mede onder invloed van de toenmalige neogotische architectuurmode. Pas in 1880 kwamen de karakteristieke, opengewerkte torenspitsen gereed,  die iedereen tegenwoordig aanziet voor origineel middeleeuws. De Kölner Dom is de afgelopen anderhalve eeuw overigens zelden uit de steigers geweest, en kost jaarlijks vele miljoenen, puur aan onderhoud.

Notre-Dame strippen?
Nog een voorbeeld:  slechts weinig toeristen die de Notre-Dame in Parijs bezoeken, weten dat grote stukken van de kerk in de negentiende eeuw grootschalig werden herbouwd en vernieuwd door de beroemde neogotische architect Viollet-le-Duc. De Notre-Dame is dus voor een deel neogotisch. So what? Niemand piekert erover om de Notre-Dame of de Dom van Keulen te strippen tot op de ‘oorspronkelijke’ bouwmassa. Ook toevoegingen uit later tijd zijn immers onderdeel van de bouwgeschiedenis. En bouwgeschiedenis is ook en vooral: opgescheept zitten met de keuzes die je voorgangers hebben gemaakt.

Martin Pieterse