Restauratie

De nieuwe restauratie van de Eusebius roept veel vragen op. In deze sectie proberen we deze zo helder mogelijk te beantwoorden.

Werkboek Eusebius – restauratie en herbestemming


Wat is er precies aan de hand met de Eusebiuskerk?

Restauratie is vooral nodig vanwege de slechte staat van het natuursteen dat is gebruikt voor onder andere de ornamenten van de kerk en de ‘bekleding’ van de toren. Ook de manier waarop dit natuursteen is aangebracht aan de kern van de toren vraagt om ingrijpen.

Natuursteen
De natuursteensoort Ettringer Tuf, die op grote schaal is toegepast bij de bouw en restauraties van vele kerken in Nederland, is in de loop der jaren minder duurzaam gebleken dan lang werd gedacht.
Ettringer Tuf blijkt, meer dan andere natuursteensoorten, kwetsbaar voor vocht – en temperatuurwisselingen. Hierdoor zijn scheuren ontstaan, zowel in de stenen zelf als tussen de stenen onderling. Dat gebeurt vooral bij stenen met veel details, zoals het beeldhouwwerk en de ornamenten. Vlakke stenen hebben er veel minder last van.
De verwering van het natuursteen treedt als eerste op bij relatief kleine ‘onderdelen’ maar tast nu ook steeds grotere stukken aan. Zo staat op circa 50 meter hoogte een pinakel van ruim een meter hoog die bij de vorige restauratie werd vervangen, nu compleet los op zijn voetstuk van oude tufsteen. Dit ruim honderd kilo zware gevaarte dreigde al naar beneden te vallen.

Tempo
In welk tempo het natuursteen ‘slijt’, is niet te voorspellen. Vast staat wel dat het proces niet is te stoppen. Overigens is tufsteen niet in alle gevallen ‘slecht’: in het bovenste deel van de toren – de Lantaarn – heeft het tufsteen zich juist heel goed gehouden.
Het is niet zo dat bij de eerdere restauratie uit kosten- of andere overwegingen is gekozen  voor een verkeerde of slechte steensoort: de structurele problemen van deze soort tufsteen zijn pas sinds kort bekend. Ook het verhaal dat de steen slecht is omdat deze met dynamiet gewonnen zou zijn, is niet waar.

Factsheet wat is er met de Eusebius aan de hand

Terug naar overzicht>>


Wat is er gebeurd bij eerdere restauraties?
De Eusebius is na de wederopbouw meerdere malen gerestaureerd. Nu pas is echter duidelijk geworden met welke structurele problemen er zijn. Al in 1973 kwam een onderdeel (ribsegment) van het gewelf in de kerk naar beneden. Vanaf het midden van de jaren zeventig stond er een hekwerk rond de toren om omstanders te beschermen voor eventueel vallende stenen.
In 1988 werd – onder andere door alpinisten – een onderzoek gedaan naar de staat van de kerk, ter voorbereiding van de restauratie van 1991 tot 1994. Toen zijn met name pinakels en balustrades van Ettringer Tufsteen vervangen door een andere steensoort (Peperino Duro uit Italië).
Bij deze restauratie – die alles bij elkaar 17 miljoen gulden kostte (circa 8 miljoen euro) – werden ook de panoramalift en het uitzichtpunt (Belvedère) gebouwd. Hoe omvangrijk deze restauratie ook was, niet alle problemen met het natuursteen konden worden gesignaleerd. Onderdelen van de kerk die toen met succes werden vervangen, verkeren nu weer in de gevarenzone, omdat het materiaal waarop ze rusten ook problemen krijgt met scheurvorming.

Grondig onderzoek
In 2005 en 2007 kwamen opnieuw kleine brokstukken van de kerk (toren) naar beneden. Na een provisorische afzetting is in 2009 besloten een steiger om de gehele toren te plaatsen die enerzijds tot doel heeft eventueel vallende onderdelen op te vangen en anderzijds de kans bood voor een grondig onderzoek van het hele gebouw.
Zo heeft TNO uit Delft onder andere monsters uitgeboord dwars door alle lagen van de toren heen, en is de staat van het natuursteen onderzocht met infrarood-fotografie en andere technieken.
Deze onderzoeken gaven beter inzicht in de aard van het probleem, maar boden geen oplossing hoe deze schade verder kan worden voorkomen. Pogingen om het tufsteen bijvoorbeeld te injecteren met een kunsthars om het intern te verstevigen, zijn mislukt.
Terug naar overzicht>>


Hoe ernstig is de situatie?
De situatie van de kerk is zeer zorgelijk. Door de aard van het materiaal zullen steeds grotere brokken steen scheuren gaan vertonen. Door het gebrek aan verankering bestaat het reële gevaar dat ornamenten van de kerk losraken.
Ook ornamenten die bij de vorige restauratie zijn vervangen, kunnen losraken wanneer bijvoorbeeld de oudere stenen waarop zij zijn geplaatst problemen vertonen.
Ook de luchtbogen, de luchtboogbeelden en de ‘vensterkozijnen’ (montants en venstertracering) zijn van tufsteen en dus kwetsbaar.
Zonder ingrijpende restauratie zet het verval van het gebouw dus onherroepelijk voort. Er zullen steeds meer maatregelen nodig zijn om het gebouw en het publiek te beschermen. Ook de vensters zijn van tufsteen. Niet restaureren zou betekenen dat er dan bijvoorbeeld een stevige binnenbeglazing moet worden aangebracht om te voorkomen dat delen van het venster in de kerk terecht komen.
In welke tempo het verval zal doorzetten, is met geen mogelijkheid te voorspellen. Het verval van de kerk zal in ieder geval niet resulteren in een ‘fraai’ oorlogsmonument zoals de Gedächtniskirche in Berlijn, maar in een onbruikbare en gevaarlijke ruïne die tot in lengte van dagen beveiligd moet worden.
Terug naar overzicht>>


Wat gaat dat kosten en wie gaat dat betalen?
De Eusebiuskerk kan voor een bedrag van circa euro 34,6 miljoen duurzaam worden gerestaureerd en worden voorzien van herbestemmingsingrepen om een gezonde exploitatie mogelijk te maken. Deze restauratiekosten vallen aanmerkelijk lager uit dan de 70 miljoen euro waarvan eerder sprake was. Onderzoek heeft uitgewezen dat de technische staat van het kerkgebouw (het ‘schip’) beter is dan aanvankelijk werd gedacht. Met een restauratie van circa 7.9 miljoen euro kan het kerkgebouw voor de komende twintig jaar veilig worden gesteld.
De toren van de Eusebius vraagt een ingrijpender aanpak. Om de steeds weer terugkerende problemen met de buitenschil van de toren grondig aan te pakken, moet een groot deel  van natuursteen van de onderste ‘helft’ van de toren (de eerste en tweede geleding) worden vervangen.
Inmiddels is voor een bedrag van 10,6 miljoen euro aan restauratiewerkzaamheden uitgevoerd, zodat nog 24 miljoen euro nodig is voor de resterende reastauratieopgave en de herbestemming.
De gemeenteraad van Arnhem heeft inmiddels vanaf 2016 een structurele bijdrage in de restauratiekosten toegezegd van 2,4 miljoen euro. Wij hopen dat Fonds- en sponsorwerving 2 miljoen euro opbrengen.
De resterende 19,6 miljoen euro zal voor het belangrijkste deel gedekt moeten worden door restauratiebijdragen van de rijksoverheid, de Provincie Gelderland en de gemeente Arnhem.
De Eusebiuskerk blijft gedurende de restauratieperiode toegankelijk voor bezoekers en beschikbaar voor uiteenlopende evenementen.

FACTSHEET RESTAURATIEKOSTEN EUSEBIUS ARNHEM 

Terug naar overzicht>>


Is restauratie nog wel de moeite waard?
Of de restauratie de moeite waard is, is een vraag die ieder voor zich moet beantwoorden. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is het behoud zeker de moeite waard, de Eusebiuskerk geldt als een van de fraaiste voorbeelden van de laatgotische bouwkunst in Nederland en is zowel binnen als buiten zeer uitbundig versierd met beeldhouwwerken en andere bouwsculptuur. De kerk heeft daarnaast voor velen ook een emotionele betekenis: als symbool van de stad, als herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog.

De Eusebiuskerk is sinds 1965 een – beschermd – rijksmonument en staat in het Rijksmonumentenregister omschreven als een ‘kruisbasiliek in laat-Nederrijnse-gotische stijl (met) grote architectuurhistorische waarde’. Ook de inventaris (zoals de grafmonumenten) heeft een ‘hoge kunsthistorische waarde’.

Niet authentiek?
Toch is volgens sommigen is de kerk na de Wederopbouw niet meer ‘authentiek’ of ‘historisch’ te noemen. Die kritiek richt zich vaak op het bovenste deel van de toren, die inderdaad in de jaren vijftig naar een nieuw ontwerp is uitgevoerd. Daarvoor is destijds bewust gekozen om de toren na de Slag om Arnhem ook een verwijzing naar de breuklijn in de geschiedenis te laten zijn.
Dat de kerk niet 100 % ‘oud’ is, klopt. Dit is het geval bij vele monumenten die in de loop der eeuwen zijn gerestaureerd of zelfs geheel herbouwd. Dat de kerk niet authentiek is, klopt niet. Het grootste deel van schip en toren zijn gerestaureerd en herbouwd in de traditie van het oorspronkelijke, 15eeeuwse ontwerp. Dit was mogelijk dankzij de nauwkeurige tekeningen die de Arnhemse architect J.W. Boerbooms in 1895 had gemaakt voor een restauratie van de kerk in gotische stijl. Het schip bestaat, met uitzondering van de kap en de gewelven, nog steeds uit het oorspronkelijke, middeleeuwse materiaal.
Alleen voor de Lantaarn van de toren is na de oorlog een relatief vernieuwend ontwerp gekozen. Het stadsbestuur vond destijds dat de dramatische gebeurtenissen in de oorlog ook zichtbaar moesten blijven in het ontwerp van de toren, als teken van een nieuw begin. Daarom werd in 1954 een prijsvraag uitgeschreven, waaruit het ontwerp van de architect Theo Verlaan gekozen werd en uitgevoerd.

Belangrijk monument
Of men de Lantaarn nu mooi of lelijk vindt, blijft een kwestie van smaak. Maar dat de herbouwde toren van grote cultuurhistorische waarde is en past in een eeuwenoude traditie van behoud en vernieuwing, lijdt voor het bestuur van de SEA geen enkele twijfel.
De Eusebiuskerk is een belangrijk monument met een bewogen geschiedenis van meer dan vijf eeuwen. Dat willen we in goede staat doorgeven aan de volgende generaties. Het bestuur kiest daarom voor een volledige en duurzame restauratie.
Terug naar overzicht>>


Kunnen we er geen mooie oorlogsruïne van maken?
De kerk – of althans de toren – te laten vervallen tot een oorlogsmonument – zoals de Gedächtniskirche in Berlijn of de kathedraal van onze Britse zusterstad Coventry – heeft drie grote bezwaren. het is historisch op z’n minst ‘vreemd’, het is technisch complex en het kost bovendien ook veel geld.
1. Historisch gezien hadden onze voorgangers na de Tweede Wereldoorlog kunnen besluiten de kapotgeschoten Eusebius in stand te houden als een oorlogsmonument. Daar is destijds ook door een aantal mensen voor gepleit.
Er is echter toen heel bewust voor gekozen de kerk weer ter herbouwen als symbool voor de wederopbouw van Arnhem, dat met Rotterdam de zwaarst door oorlogsschade getroffen stad van Nederland was. Het was een enorme krachtsinspanning om dat voor elkaar te brengen – de wederopbouw van de Eusebius heeft alles bij elkaar twintig jaar geduurd.
Het zou op z’n minst vreemd zijn als we nu alsnog zouden besluiten de kerk weer min of meer af te breken omdat we een oorlogsmonument ‘leuker’ vinden of omdat we geen geld over hebben voor het behoud van de herbouwde kerk.
2. Er is serieus onderzocht wat er zou gebeuren als we vanaf nu niets meer doen aan de kerk. Ontstaat er dan ‘vanzelf’ een soort oorlogsruïne? Het antwoord is: nee. De kerk zal in een onvoorspelbaar tempo – jaren of decennia – absoluut verder vervallen. Maar of dat geleidelijk zal gaan of – bij wijze van spreken – in een grote klap is met geen mogelijkheid te voorspellen. Je bent dan tientallen jaren – of langer – opgescheept met een onvoorspelbaar en gevaarlijk bouwwerk dat op den duur ook niet meer veilig te betreden is.
3. Wie nu in Berlijn gaat kijken, ziet dat de Gedächtniskirche in de steigers staat. Ook het onderhoud van dat gebouw kost jaarlijks veel geld. Bovendien is het vrijwel ondenkbaar dat de overheid – via het vroegere Monumentenzorg – gaat meebetalen met het laten vervallen of zelfs het slopen van een rijksmonument. Dat zal de stad Arnhem dan helemaal zelf moeten betalen.
Terug naar overzicht>>


Beknopte uitgangspunten voor de restauratie van toren en kerk

– ‘Grote restauratie’ van de toren met een restauratiehorizon van 30 jaar.

–  Alle naar buiten stekende geveldelen van Ettringer tuf, met name montants, hoekmontants en blindmontants, worden verwijderd en vervangen door Weibern tuf. Deze nieuwe hoekmontants worden voorzien van verankering, glasvezelmatten in de horizontale voegen, een kleinere hoogte en meer variatie in de vlaggen. Geen oppervlaktebewerking door slagen, maar door schaven of een andere lichte bewerking.

–  Het meeste parementwerk van Ettringer tuf kan behouden blijven.

– Op sterk vochtbelaste plaatsen, zoals waterlijsten, wordt Peperino Duro gebruikt.

– Voor beeldhouwwerk en delen van pinakels wordt Muschelkalkstein gebruikt. Beeldhouwwerk uit Etrringer tuf wordt vervangen door Muschelkalkstein met uitzondering van het meeste beeldhouwwerk aan de 1e geleding noordzijde en enkele blokken aan de 1e geleding zuidzijde.

–  Voor de kerk/het schip is het te vroeg voor een ‘grote restauratie’. Met een relatief beperkte investering kunnen de belangrijkste technische mankementen worden aangepakt en wordt de periode tot een grote restauratie van de kerk/het schip verlengd met 20 jaar. Restaureren voor 30 jaar zou voor de kerk/het schip betekenen dat er nu teveel onderdelen preventief moeten worden vervangen, die eigenlijk nog te goed zijn. Een onderdeel wordt vervangen of gerepareerd, als het nu niet meer goed is of als dat onderdeel het naar schatting geen 20 jaar uithoudt.

–  Veel tufsteen, waaronder grote vensters, veel beeldhouwwerk en pinakels moeten geheel of gedeeltelijk worden vervangen. Ook een aantal onderdelen van Franse kalksteen, zoals pinakels en balustradeonderdelen moeten hersteld of vernieuwd worden.

– De nadruk bij de restauratie ligt op de zuidelijke hoge lichtbeuk. De lagere delen kunnen later op relatief eenvoudige wijze worden bereikt. Werkzaamheden aan de lichtbeuk hebben invloed op de exploitatie van het kerkgebouw en vragen veel voorzieningen, waardoor ze nu moeten worden vervangen of gerepareerd.

– Alle te vervangen kleinere vensters worden uitgevoerd in zandsteen. Het westvenster van de Annakapel (vergelijkbaar met het in uitvoering zijnde westvenster van de raadskapel) wordt vervangen met gebruikmaking van Muschelkalkstein. De drie westvensters zijn ontstaan bij de werderopbouw en vanwege het niet aantoonbaar zijn van een zandstenen voorganger mogen deze vensters niet uitgevoerd worden in zandsteen (zandsteenbesluit). Bij al deze vensters wordt ook het glas in lood opnieuw verlood en deels vernieuwd.

  • Alle luchtboogbeelden zijn enkele jaren geleden afgenomen uit veiligheidsoverwegingen. Deze beelden zijn alle gemaakt van Ettringer tuf en kunnen niet worden herplaatst. De luchtboogbeelden worden gekopieerd in muschelkalksteen, waarbij de krachtige Werderopbouwbeelden weer in ere worden hersteld. De beelden passen in thema’s als: Ark van Noach, Apocalyps, De Apostelen, De Ondeugden, Verkondiging van het Evangelie en het Laatste Oordeel. Overwogen wordt om een aantal beelden volledig nieuw te ontwerpen met als thema ‘Bridge tot the Future’.

– Een aantal onderdelen van Franse kalksteen, zoals pinakels en balustrades, zijn aan het eind van hun levensduur en zullen vervangen worden. Plaatselijk zullen ornamenten ‘ingestoken’ worden.

–  Achter de kalkstenen balustrades van de lage dakvlakken wordt een donker grijs vangnet aangebracht om mogelijk toekomstige loskomende onderdelen van de hogere dak- en gevelvlakken en de luchtbogen te kunnen opvangen.

– De leibedekking zal plaatselijk worden hersteld en het loodwerk wordt vernieuwd of aangeklopt.

–  Het metselwerk is over het algemeen goed. Plaatselijk zal beperkt metselwerkherstel en voegwerk worden uitgevoerd.

– In het interieur wordt in deze fase niets gedaan, met uitzondering van normaal onderhoud. Het plan is om dit aan te pakken wanneer ingrepen nodig zijn voor de herbestemming van het kerkgebouw.

–  Asbest in de kelder en kap wordt gesaneerd.

Terug naar overzicht>>