‘Terug in het stedelijk midden’

Of: wat moet je met zo’n gotische steenklomp?

Na de oorlog werd de Grote of Eusebiuskerk opnieuw opgebouwd. Het werd weer het huis van de protestantse gemeente in Arnhem. Maar al vrij snel na de voltooiing in de jaren zestig begon in Arnhem de ontkerkelijking, net als in de rest van Nederland. Steeds minder mensen bezochten de zondagse diensten, ook in de Eusebius.

Is het ‘onze’ Eusebiuskerk?
Na ruim vier eeuwen kwam er een definitief einde aan de Eusebiuskerk als godshuis. Het immense gebouw veranderde in een publieke ruimte. Er werden voortaan presentaties, evenementen en tentoonstellingen gehouden. Slechts één maal per maand worden er nog oecumenische kerkdiensten in de Eusebius  georganiseerd: een tanende herinnering aan de oorspronkelijke functie van het bouwwerk.
Het wereldlijke gebruik van de Eusebius bleef tot nu toe wat achter bij de verwachtingen. Er waren te weinig spraakmakende activiteiten in de kerk, om de Arnhemmers een warm gevoel van binnen te geven. Half Nederland trekt regelmatig naar het Gelredome om er een fijne dag of avond te beleven. Maar naar de Eusebiuskerk? In de meeste steden met een vergelijkbaar grote basiliek zijn de bewoners trots op ‘hun’ kerk. De Arnhemmers lijken dat gevoel niet te hebben. Voor veel Arnhemmers is de Eusebius niet ‘onze kerk’. En nu moet er weer volop gerestaureerd en hersteld worden. Wie zal dat betalen? Wat moet je eigenlijk met zo’n reusachtige gotische steenklomp in je stad?

Ze horen erbij..
Die vraag stellen zich niet alleen de Arnhemmers en het Arnhemse stadsbestuur. Door de ontkerkelijking worden overal religieuze centra gesloten. In heel het land worstelen stadsbesturen met de afgedankte kerken in hun gemeente. Het zijn geen godshuizen meer. Ze hebben hun oorspronkelijke functie verloren. Desondanks zijn veel kerkgebouwen niet weg te denken uit het weefsel van de stad. Het zijn dikwijls stedenbouwkundige ankerpunten in een wijk. Ze horen erbij, vinden de mensen. Afbraak stuit velen tegen de borst. Herstel en onderhoud kosten echter geld, soms veel geld. Er bestaat altijd een spanningsveld tussen de behoefte om het vertrouwde silhouet van de voormalige parochiekerk te bewaren, en de vaak hoge kosten van zo’n wens.

Op zoek naar een nieuw gebruik
De kosten van herstel en behoud zijn eigenlijk alleen op te brengen als er een nieuwe vorm van gebruik wordt gevonden: als theater, als bibliotheek, als kantoorgebouw of als appartementencomplex. Er zijn in ons land legio voorbeelden van kerken die een tweede leven hebben gekregen, door soms opvallend en creatief hergebruik. Het kerkgebouw als gewaardeerd ankerpunt in de wijk kan zo behouden blijven, zonder dat de bevolking aanstoot neemt aan de kosten. De oude, verloren gegane religieuze band tussen gemeenschap en kerk wordt omgezet in een nieuwe, wereldlijke band tussen gebouw en omwonenden.

Oude bekende met een nieuw gezicht
Ook in het geval van de Eusebiuskerk in Arnhem wordt er inmiddels nagedacht over manieren om de kerk terug te geven aan de Arnhemmers. Niet meer als religieus centrum, maar als een oude bekende met een nieuw gezicht. De kerk moet weer in het hart van de gemeenschap komen te staan. Er moet weer stedelijk leven komen in en met de kerk. Uiteindelijk is de klok zo weer rond: de hechte plaats van de kerk in de Middeleeuwen wordt in onze tijd opnieuw ingenomen, op een aan onze hedendaagse wensen en verwachtingen aangepaste manier. De Eusebiuskerk weer terug in het stedelijke midden van Arnhem, ook in maatschappelijk opzicht.

Martin Pieterse